Preventie op papier is niet genoeg
Elke drie jaar publiceert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek naar afspraken over preventie en verzuim in cao’s. Het rapport Cao-afspraken over preventie 2025 geeft een actueel beeld van hoe organisaties omgaan met werkdruk, sociale veiligheid en ongewenst gedrag.
Waarom is dit interessant? Omdat het laat zien wat organisaties formeel geregeld hebben en hoe dat zich vertaalt naar de praktijk. Zeker voor de zorgsector, waar werkdruk, onregelmatige diensten en onderlinge afhankelijkheid een grote rol spelen, biedt dit waardevolle inzichten.
Want wat op papier goed is vastgelegd, betekent nog niet dat het ook zo wordt ervaren op de werkvloer. Juist in omgevingen waar de druk hoog is en mensen sterk op elkaar aangewezen zijn, is het niet vanzelfsprekend dat signalen tijdig worden uitgesproken.
Dat vraagt om meer dan beleid alleen. Het vraagt om een plek waar medewerkers laagdrempelig en buiten de hiërarchie kunnen delen wat er speelt, juist voordat situaties escaleren. Een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon kan daarin een belangrijke rol vervullen, door ruimte te bieden voor dat eerste gesprek. Juist daar liggen de kansen voor echte preventie.
Wat opvalt in het rapport
In het rapport valt op dat in een groot deel van de cao’s aandacht is voor psychosociale arbeidsbelasting, zoals werkdruk, ongewenst gedrag en sociale veiligheid . Zeker in de zorgsector is dit nadrukkelijk terug te zien. Op papier lijkt het dus goed geregeld, maar veel afspraken blijven algemeen van aard en geven weinig houvast voor de dagelijkse praktijk.
Van beleid naar beleving
Hier ontstaat een verschil tussen wat er is vastgelegd en wat medewerkers ervaren. Er is een gedragscode, een RI&E en vaak ook een klachtenregeling, maar dat betekent niet automatisch dat medewerkers weten waar ze terecht kunnen of die stap ook daadwerkelijk zetten wanneer iets niet goed voelt.
Werkdruk moet bespreekbaar zijn, maar voor wie voelt dat veilig?
Afspraken over werkdruk richten zich vaak op het bespreekbaar maken ervan. In gesprekken met leidinggevenden of binnen teams. In de praktijk blijkt juist dat lastig. Zeker wanneer degene met wie je het moet bespreken ook invloed heeft op je rooster, beoordeling of positie binnen het team.
Belasting is zichtbaar, bescherming minder
Het rapport laat zien dat onderwerpen zoals nachtdiensten, gezond roosteren en het recht op onbereikbaarheid minder vaak concreet zijn uitgewerkt . Dat is opvallend in sectoren waar dit dagelijks speelt. De belasting is er wel, maar de bescherming en het gesprek daarover blijven achter.
De vertrouwenspersoon als sluitstuk
In een deel van de cao’s wordt een vertrouwenspersoon genoemd, maar vaak gekoppeld aan klachten en meldingen. Daarmee komt de functie pas in beeld wanneer er al sprake is van een probleem. Terwijl de grootste waarde juist ligt in het moment daarvoor.
Waarom een externe vertrouwenspersoon in de zorg onmisbaar is
In de zorg komen hoge werkdruk, onregelmatige diensten, emotionele belasting en afhankelijkheid van collega’s samen. Teams zijn klein, lijnen zijn kort en de impact van het werk is groot. Dat maakt het ingewikkeld om spanningen of twijfels open te bespreken, zeker wanneer het gaat over collega’s of leidinggevenden.
Daarbij zijn zorgprofessionals vaak loyaal en betrokken, waardoor signalen pas laat zichtbaar worden. In zo’n context is een onafhankelijke externe vertrouwenspersoon geen extra voorziening, maar een noodzakelijke schakel. Iemand buiten de organisatie, zonder positie of belang, bij wie medewerkers in alle rust kunnen verkennen wat er speelt.
Van signaleren naar voorkomen
In de praktijk begint het zelden met een klacht. Het begint met twijfel, met een gevoel dat iets niet klopt of een situatie die blijft terugkomen. Juist in die fase kan een gesprek helpen om richting te geven en situaties klein te houden.
Preventie begint bij vertrouwen
Het rapport laat zien dat preventie steeds vaker op de agenda staat, maar dat de vertaling naar de praktijk nog aandacht vraagt. Uiteindelijk zit preventie niet alleen in beleid, maar in de ruimte die medewerkers ervaren om iets te zeggen. In het vertrouwen dat zij gehoord worden en dat er zorgvuldig met hun verhaal wordt omgegaan. Daar begint het verschil. Op een moment dat het nog klein is en er nog veel mogelijk is.
Bron:
Cao-afspraken over preventie 2025, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid